Aan het eind van de dag vraag je je kind hoe het op school is gegaan, en je krijgt 9 van de 10 keer als antwoord “Ok” of “Goed” of “Goed hoor”. Als je wilt dat je kind meer met je deelt dan dit, stel dan meer specifieke vragen.  Gebruik de techniek van ‘actief luisteren’ en ontwikkel een diepere vertrouwensband met je kind. Je kind voelt zich dan veilig en ervaart er plezier in om zijn echte belevenissen met je te delen.

Waarom is actief luisteren belangrijk?

Door een actieve luisteraar te zijn, kun je je communicatie en je relatie met je kind versterken want je toont interesse, zorg en begrip voor dat wat hij te vertellen heeft. Hiermee help je je kind om zich gewaardeerd, verbonden en begrepen te voelen. Bovendien bouw je vertrouwen en geloofwaardigheid op bij je kind.

Jij helpt je kind om zijn gedachten en gevoelens onder woorden te brengen, en je kind zal zichzelf daardoor over het algemeen en in allerlei situaties beter kunnen uiten. Dat merk je bijvoorbeeld bij het ophelderen van conflicten of misverstanden. Als je kind merkt dat het bij jou zijn verhaal mag vertellen, dan zal het in de toekomst steeds bij jou terug komen en gericht jouw mening vragen.

Wat zeg jij morgen als je kind thuiskomt van school?

Zonder direct een reactie te geven, luister je eerst naar wat jouw kind je vertelt.

Mama zegt.. Trap niet in de valkuil om een oordeel uit te spreken.

Kind: “De kinderen waren heel druk in de klas en ze luisterden niet en de juf moest steeds boos worden.” In plaats van:“Je bent bang dat juf boos op jou wordt” probeer: “Waar ben je bang voor?”

Als je het gevoel van je kind invult (je bent bang dat juf boos op jou wordt) dan kan dat je kind tegen de borst stuiten; misschien wil het niet laten weten dat het bang is, misschien wil je kind je iets anders vertellen. Als je een vraag stelt in plaats van een oordeel of invulling, dan nodig je je kind uit om te vertellen wat de drukte in de klas of het boos worden van de juf met hem doen.

Mama zegt.. Als je kind iets dwarszit probeer dan niet meteen gerust te stellen of oplossingen te geven.

Kind: “… ging ineens bij … in het groepje bij het buitenspelen en nou is hij mijn vriend niet meer.” In plaats van: “Wees maar niet bang, ik weet zeker dat … morgen weer met jou speelt, en anders zeg je er toch wat van tegen …?” probeer: “Hoe voelde je je toen dat gebeurde? Wat zou je hieraan kunnen of willen doen?”

Als je gaat geruststellen dan ga je onvermijdelijk invullen wat er volgens jou gaat gebeuren. Stel dat dat niet gebeurt, dan ben jij niet geloofwaardig meer. Bovendien is jouw oplossing een andere dan de aanpak die je kind zou kiezen. Uiteindelijk heeft je kind niet veel aan wat je zegt. Hij is erbij gebaat dat hij zijn verhaal kwijt kan. En door actief te luisteren leer je hem zelf inzien wat er in de situatie met hem gebeurt en wat zijn aanpak zou kunnen zijn.

Hoe werkt de ‘actief luisteren manier’?

Het lijkt tegenstrijdig maar actief luisteren houdt dus in dat je luistert doordat je vragen stelt. Doordat je vragen stelt laat je merken dat je actief betrokken bent bij het gesprek met je kind en dat je oprecht geïnteresseerd bent.

Dit is de ‘actief luisteren manier’: herhaal wat je kind heeft verteld en probeer het samen te vatten, of probeer een omschrijving te geven van zijn gevoel. Dit zorgt ervoor dat hij nog meer met je wil delen.

  • “Dus met buitenspelen speel je altijd in je vaste groepje met je vriend … maar vandaag ging … ineens bij het andere groepje spelen. Je klinkt alsof je ergens mee zit, wil je me erover vertellen?”
  • “Je hebt heel hard gewerkt vandaag op school en je hebt ook nog een hele mooie tekening gemaakt. Maar het lijkt alsof je ergens verdrietig over bent. Wil je me erover vertellen?”

Zoek je voorbeeldvragen om jouw kind uit te nodigen om meer te vertellen over zijn schooldag, dan kun je onderstaande vragen als leidraad gebruiken:

  • Wat vond je het leukst vandaag op school? Of wat was er niet leuk op school vandaag?
  • Met wie heb je gespeeld vandaag? Wat heb je gespeeld?
  • Wie heb je vandaag geholpen? Wie heeft jou vandaag geholpen?
  • Wat moest je allemaal doen op school vandaag?
  • Wat heb je vandaag geleerd?Wat zou je vaker willen doen op school?
  • Wat zou je minder vaak of niet willen doen?
  • Wat vind je het leukste deel van de dag?
  • Waar maak je je druk om als je naar school gaat?
  • Als jij morgen de leraar zou zijn, wat zou je dan anders doen?

Pas je vragen wel aan de leeftijd van je kind aan. Op de website vind je meer voorbeelden en hulpmiddelen over opvoeding en ouderschap.